Vertrouwen is goed, controleren is beter

Administratief en financieel nieuws

Dagelijks speuren wij het internet af naar nieuws waar uw wat aan heeft.


 

VAR WORDT STRAKS BGL; UITVOERING KAN VOOR PROBLEMEN ZORGEN

De Verklaring Arbeidsrelatie (VAR) wordt op termijn vervangen door de nieuwe ‘Beschikking geen loonheffing’, die de afkorting BGL krijgt. Opdrachtgevers en zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) gaan samen verantwoordelijk worden voor de beoordeling van de arbeidsrelatie die er tussen hen bestaat. 
 
Staatssecretaris Wiebes van Financiën heeft een wetsvoorstel naar de Tweede Kamer gestuurd.De nieuwe aanvraag dient net als bij de VAR te geschieden door de opdrachtnemer. Deze vult straks een webmodule in. De vragen op de webmodule zijn interactief: naar gelang het antwoord ontstaat een nieuwe vraag. Direct na het invullen wordt aangegeven of er een BGL kan worden afgegeven. Op deze BGL staan een aantal stellingen, voortkomende uit de vragen/antwoorden. De stellingen op de BGL moeten door de opdrachtgever gecontroleerd worden. Als ze kloppen dan is de opdrachtgever volledig gevrijwaard. Als de overeenkomst tussen opdrachtgever en opdrachtnemer niet geheel klopt met de stellingen dan zal er een andere BGL moeten komen, waarop wel de goede stellingen staan. Er is vooroverleg mogelijk. De opdrachtgever kan ook met de Belastingdienst een afspraak maken voor de relatie met al zijn opdrachtnemers, voor zover deze allemaal onder dezelfde condities, voorwaarden en omstandigheden dezelfde werkzaamheden verrichten. 
 
Omdat de opdrachtgever de BGL vooraf moet controleren, draagt de zzp’er niet meer in zijn eentje alle gevolgen als de beschikking niet klopt. Nu bepaalt de Belastingdienst bij een VAR-aanvraag op verzoek van de zzp'er of zijn inkomen loon is. De opdrachtgever is helemaal niet betrokken bij de aanvraag. Doordat werkgevers een controlerende rol krijgen, kunnen ze ook opdraaien voor de gevolgen van een ten onrechte afgegeven beschikking!
 
Een zzp' er hoeft straks niet voor elke opdracht een nieuwe BGL aan te vragen: bij opdrachten waar de werkzaamheden, omstandigheden en voorwaarden gelijk zijn, kan hij bij verschillende opdrachtgevers dezelfde beschikking gebruiken.

 

AFTREKBAARHEID LIJFRENTEPREMIE - BEREKENING LIJFRENTERUIMTE

Per 1 januari 2015 wordt de pensioenopbouw verder versoberd als gevolg van de nieuwe pensioenvoorstellen. Dit heeft tevens gevolgen voor de aftrekbaarheid van de lijfrentepremie. Vanaf 2015 wordt de berekening van de jaarruimte voor de lijfrenteaftrek verlaagd.
 
Voor de premiegrondslag in de jaarruimteberekening geldt vanaf 2015 een maximum van € 100.000, dat bedrag wordt nog verminderd met een bedrag van € 11.829 (inbouw AOW-franchise). Hierdoor is de grondslag nooit meer dan € 100.000 – € 11.829 = € 88.171.
 
De berekening van de jaarruimte voor de lijfrenteaftrek wordt als volgt: 13,8% x premiegrondslag – 6,5 x factor A – FOR dotatie.
 
Uitgaande van de huidige pensioenaangroei (factor A) is het mogelijk dat er geen aftrekruimte op basis van de jaarruimteberekening meer aanwezig zal zijn voor het jaar 2015. Misschien is er op grond van de reserveringsruimte (=niet benutte ruimte inzake tekort pensioenopbouw van de afgelopen 7 jaren) nog wel (gedeeltelijk) aftrek mogelijk. Dit zal op individuele basis beoordeeld moeten worden, waarbij de gegevens inzake de pensioenaangroei over 2014 relevant zijn.
 
Wellicht is een aanpassing van de hoogte van de premie van uw lijfrenteverzekering noodzakelijk of dient uw lijfrenteverzekering misschien wel premievrij gemaakt te worden. Dit is echter afhankelijk van de resterende looptijd en van het rendement van de lijfrenteverzekering. Dit zult u desgewenst met uw assurantie tussenpersoon moeten overleggen.

 

IN 2015 AANSPRAKELIJKHEIDSVERZEKERING BELAST

Wanneer uw bv een bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering voor u afsluit, dekt deze verzekering het risico af dat u als dga en bestuurder loopt bij het uitoefenen van uw functie. Onder de werkkostenregeling, die in 2015 verplicht is, kan de premie van deze verzekering niet meer onbelast worden vergoed. 
 
Om de gevolgen van eventuele bestuurdersaansprakelijkheid af te dekken, kan het afsluiten van een bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering aantrekkelijk zijn. Hanteert uw bv nog de oude regels voor vergoedingen en verstrekkingen? Dan kunnen de kosten voor de bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering tot een bedrag van € 454 onbelast worden vergoed. De fiscus ziet dit bedrag namelijk niet als beloningsvoordeel.
 
Vanaf 2015 is deelname aan de werkkostenregeling (WKR) echter verplicht. Onder de WKR kwalificeren vergoedingen of verstrekkingen met betrekking tot uw bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering als loon. U kunt dan met uw bv afspreken de premie in de vrije ruimte onder te brengen. Datzelfde geldt onder de WKR overigens ook voor ziektekostenverzekeringen en privéreisverzekeringen.

 

EISBESLUITEN BINNEN- EN BUITENLAND: SOMMIGE VERGOEDINGEN NIET MEER VOLLEDIG ONBELAST 

Vanaf 1 juli 2014 kunnen sommige vergoedingen volgens de reisbesluiten Binnen- en Buitenland niet meer volledig onbelast vergoed worden.
 
De reisbesluiten regelen de vergoedingen voor ambtenaren op dienstreis, maar kunnen ook worden toegepast voor werknemers, die wat hun uitgaven betreft in een vergelijkbare positie verkeren als ambtenaren op dienstreis. 
 
De volgende vergoedingen van verblijfkosten tijdens dienstreizen kunnen niet meer volledig onbelast vergoed worden. Vergoedt u meer, dan is het meerdere belast. Achter elke soort vergoeding staat het bedrag dat onbelast kan worden vergoed aan uw werknemer:·        
kleine uitgaven overdag: € 4,00·        
kleine uitgaven ‘s avonds: € 8,05·        
een ontbijt: € 10,77·        
een lunch: € 8,30·        
een avondmaaltijd: € 20,81·        
logies: € 84,46
 
Als u de werkkostenregeling (WKR) toepast, loont het de moeite om de vergoedingen waar mogelijk toe te rekenen aan gericht vrijgestelde posten. Een eventueel restant vergoeding kunt u tot het loon van de werknemer rekenen of aanwijzen als eindheffingsbestanddeel. Als u het bovenmatige deel van de vergoeding aanwijst als eindheffingsbestanddeel en in uw vrije ruimte onderbrengt, moet u 80% eindheffing betalen over het deel van de vergoeding dat niet binnen uw vrije ruimte valt!

 

WERKGEVER MAG WERKNEMERS BELASTINGVRIJ IPADS SCHENKEN 

Werkgevers mogen hun werknemers belastingvrij een iPad schenken. Een iPad valt in de categorie ‘communicatiemiddelen’ en niet in de categorie ‘computers’. Omdat het lastig is lange teksten in te voeren op een iPad, wordt een iPad volgens de rechter niet gebruikt als ‘computer’, maar als ‘communicatiemiddel’.
 
Eind 2012 oordeelde de rechtbank in Haarlem nog dat een iPad een computer is en daarom niet belastingvrij aan werknemers kan worden verstrekt. Die uitspraak is nu vernietigd. Een werkgever had al zijn 664 werknemers in vaste dienst een iPad geschonken, inclusief een mobiel internetkaart en een Vodafone- abonnement voor een jaar. Er waren geen afspraken gemaakt over het gebruik en bij ontslag mochten ze hun iPad houden.De werkgever vond dat de aanschafwaarde van de iPads ten onrechte door de Belastingdienst werd gezien als loon in natura, waarover belasting moet worden betaald. Volgens de werkgever was het apparaat een ‘communicatiemiddel’, net als een iPhone of een BlackBerry. 
 
Communicatiemiddelen kunnen onbelast aan werknemers worden uitgedeeld, mits ze voor meer dan 10 procent zakelijk worden gebruikt. Voor computers gelden veel strengere regels om ze belastingvrij te kunnen schenken. De computer moet namelijk voor minstens 90 procent zakelijk worden gebruikt, er moet een meerjarig belang zijn en hij moet minstens 450 euro kosten. De Haarlemse rechtbank meende dat een iPad een ‘computer’ is.
 
Het Amsterdamse gerechtshof oordeelt nu dat de iPad tóch een ‘communicatiemiddel’ is. De reden hiervoor is dat het volgens de rechter lastig is lange teksten in te voeren op een iPad, omdat je dan het toetsenbord op het touchscreen moet gebruiken. Die beperkingen van een touchscreen spelen niet of nauwelijks een rol bij mobiele communicatie, sms, e-mail of internetbezoek. Een iPad wordt volgens de rechter dus niet gebruikt als ‘computer’, maar als ‘communicatiemiddel’.


 

NIEUW BESLUIT TOEPASSING LAAG BTW-TARIEF 

Medio september is een nieuw besluit gepubliceerd, dat toelicht wanneer het 6%-tarief op goederen en diensten moet worden geheven. Hierin staan een groot aantal wijzigingen, o.a. op het gebied het geven van gelegenheid tot sportbeoefening.
 
Het besluit bevat onder andere de volgende wijzigingen:Stelt u een sportaccommodatie beschikbaar voor sportbeoefening? En vindt die sportbeoefening deels in de openbare ruimte plaats maar start en eindigt zij in uw sportaccommodatie? Dan moest het deel van de openbare ruimte waarin de sportbeoefening plaatsvond, afgebakend zijn. Dit hoeft nu niet meer.
 
De omschrijving van actieve sportbeoefening is gewijzigd. Hierdoor worden denksporten zoals schaken en bridge nu ook aangemerkt als sport. Ook zumba, polefitness en capoeira worden nu gezien als actieve sportbeoefening.

 

BTW     

Tot 1 juli 2015 6% btw op renovatie
Bepaalde renovatie- en herstelwerkzaamheden vallen momenteel onder het verlaagde btw-tarief van 6%. Het gaat daarbij om werkzaamheden aan woningen die meer dan twee jaar geleden voor het eerst in gebruik zijn genomen. De toepassing van het verlaagde tarief op de renovatiewerkzaamheden zou aanvankelijk eindigen per 1 januari 2015. Maar deze regeling wordt verlengd tot 1 juli 2015. Lopen de werkzaamheden uit tot na 1 juli, dan valt het hele project weer onder het hoge btw-tarief! Door vóór 1 juli het gereed gekomen werk op te leveren als deelproject, komt u voor dat gedeelte nog in aanmerking voor het 6%-tarief.
Let op!
De regeling geldt alleen voor arbeid. Ondernemers moeten over de in rekening gebrachte materialen het normale btw-tarief van 21% toepassen.        
Ziekenhuizen mogen winst beogen
De btw-vrijstelling voor ziekenhuizen en andere verpleeg- en verzorgingsinstellingen blijft ook gehandhaafd als deze instellingen naar winst streven. Deze btw-vrijstelling ziet niet alleen op het verzorgen van de opgenomen personen, maar ook op handelingen die daarmee nauw samenhangen. Daarbij valt te denken aan het verstrekken van voedsel, geneesmiddelen en verbandmiddelen aan patiënten.·        
Btw-teruggaaf aan een ander
Vanaf 1 januari 2015 wordt in de wet geregeld dat uitbetalingen van btw kunnen plaatsvinden op een bankrekening die op naam staat van een ander dan de ondernemer die recht heeft op de teruggaaf. Op basis van een recente goedkeuring van de staatssecretaris is dat overigens – onder voorwaarden – nu ook al mogelijk.