Vertrouwen is goed, controleren is beter

Administratief en financieel nieuws

Dagelijks speuren wij het internet af naar nieuws waar uw wat aan heeft.


4 MAANDEN EXTRA TIJD OM AANSLAG 2014 TE BETALEN

Elke belastingplichtige die een (voorlopige) aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen of een (voorlopige) aanslag inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet over 2014 ontvangt, krijgt automatisch 4 maanden uitstel van betaling, indien de datum van de aanslag na 30 april 2015, maar voor 1 juli 2016 ligt. De normale betalingstermijn is 6 weken. U krijgt dus 4 maanden extra tijd om de aanslag te betalen naast de normale betalingstermijn van 6 weken. Dit is het zogenoemde generieke uitstel. Is uw betaling op tijd binnen? Dan hoeft u geen invorderingsrente te betalen over de 4 maanden extra uitstel.

De 4 maanden uitstel van betaling gelden voor de volgende aanslagen:

·         voorlopige aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over 2014
·         aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over 2014
·         navorderingsaanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over 2014
·         voorlopige aanslag inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet over 2014
·         aanslag inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet over 2014
·         navorderingsaanslag inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet over 2014

LET OP: vraagt u uitstel van aangifte aan over 2014? Dan kan het zijn dat u de aanslag pas op of na 1 juli 2016 ontvangt. In dat geval krijgt u niet automatisch 4 maanden uitstel van betaling. Op de aanslag over 2014 staat een datum waarop u moet hebben betaald. Deze datum geldt niet als u 4 maanden extra uitstel van betaling krijgt. U hoeft dan ook niet zelf om het uitstel te vragen, maar u krijgt een brief van de Belastingdienst. In die brief staat de datum waarop u de aanslag moet hebben betaald. Als het bedrag van uw aanslag over 2014 binnen is op de betaaldatum die staat in de brief bent u geen invorderingsrente verschuldigd. Bent u te laat met betalen, dan bent u invorderingsrente verschuldigd vanaf de betaaldatum die op uw aanslag staat. Dus u betaalt ook invorderingsrente over de 4 maanden extra tijd die u hebt gekregen om uw aanslag te betalen! Krijgt u een te betalen aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen of inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet over 2014 met een datum van 1 juli 2015 of later? Dan moet u ook belastingrente betalen. Deze wordt berekend over de periode van 1 juli 2015 tot 6 weken na de datum van de aanslag. Het bedrag van de belastingrente staat op uw aanslag.


WAT MAG BEWAARD WORDEN IN HET PERSONEELSDOSSIER?

De regels rond ontslag zijn flink gewijzigd met de invoering van de WWZ. Daarmee is het belang van een goed personeelsdossier toegenomen. Daarin worden o.a. de sollicitatiebrief, verslagen van functioneringsgesprekken, ziekmeldingen etc. bewaard. Wat mag er eigenlijk in, en hoe lang mag of moet u het bewaren?
De wet geeft niet één algemene bewaartermijn voor personeelsdossiers. Stukken mogen bewaard worden ‘zolang ze nodig zijn voor het doel waarvoor ze zijn verzameld’. Richtlijn is bewaren tot twee jaar na het einde van het dienstverband. Stukken die betrekking hebben op de loonadministratie moet u tot zeven jaar na het einde van het dienstverband bewaren. 
Het personeelsdossier is bedoeld om informatie te bewaren die nodig is voor de bedrijfsvoering en administratie. In ieder geval mogen altijd de ‘normale’ persoonsgegevens in het dossier zoals naam, adres, BSN, salaris, opleidingen en geboortedatum. Ook mogen stukken zoals officiële waarschuwingen en verslagen en correspondentie over het functioneren in het dossier bewaard worden. Het is verplicht om in de administratie een kopie van een identiteitsbewijs van uw werknemer te bewaren. 
Medische gegevens mogen beslist niet in het personeelsdossier. De werkgever mag namelijk geen medische gegevens van werknemers verwerken. U mag dus wel vragen hoe lang de werknemer denkt afwezig te zijn maar niet vragen naar – en noteren – wat hij heeft. Gegevens over verzuimfrequentie mag u wel bewaren in het dossier.

VANAF 1 JULI GEEN 6% BTW MEER OP RENOVATIE/ONDERHOUD WONINGEN.
GEVOLGEN VOOR DE PRAKTIJK

Tot 1 juli 2015 geldt een tijdelijk verlaagd btw-tarief van 6% voor arbeidskosten bij renovatie en herstel van woningen ouder dan 2 jaar. Vanaf 1 juli geldt het tarief van 21%. U betaalt 21% btw voor arbeidskosten bij renovatie en herstelwerk dat na 30 juni 2015 wordt afgerond. Ook als u hiervoor vóór 1 juli al vooruitbetalingen heeft gedaan. Voor een gedetailleerd overzicht van de gevolgen van het einde van het verlaagd btw-tarief woningen per 1 juli 2015


BTW VERLEGGEN: HOE DOET U DAT EN WANNEER? 
De ondernemer, die een goed levert of een dienst verricht, moet btw factureren, aangeven en betalen. Echter, in een aantal gevallen moet de afnemer de btw aangeven en betalen om zo de inning van de btw te waarborgen. De leverancier ‘verlegt’ dan de btw naar de afnemer. Dit is de verleggingsregeling. Maar hoe en wanneer moet de leverancier de btw verleggen?

Bij de verleggingsregeling brengt de ondernemer die een levering of dienst verricht geen btw in rekening aan de andere ondernemer. Hij zet dan op de factuur ‘btw verlegd’. Daarnaast vermeldt hij op de factuur het btw-nummer van de ondernemer naar wie hij de btw verlegt. 
In de btw-aangifte vult de ondernemer die de leveringen en diensten verricht bij rubriek 1 ‘Prestaties binnenland’ of bij rubriek 3 ‘Prestaties naar of in het buitenland’ in voor welke omzet hij de btw heeft verlegd. De ondernemer naar wie de btw is verlegd vult dan de vergoeding die hij betaalt heeft en de naar hem verlegde btw in bij rubriek 2 ‘Verleggingsregelingen binnenland’ of bij rubriek 4 ‘Prestaties uit het buitenland aan u verricht’. 
De ondernemer die de btw verlegt, zal mogelijk ook uitgaven hebben gedaan voor de werkzaamheden. De btw die hij over die werkzaamheden heeft betaald, kan hij als voorbelasting aftrekken. Gebruikt de ondernemer naar wie de btw is verlegd de goederen voor belaste bedrijfsactiviteiten, dan mag hij de verlegde btw aftrekken. Hij kan de verlegde btw en de aftrekbare btw invullen in dezelfde btw-aangifte. Per saldo betaalt hij dan niets. 
De ondernemer die de btw verlegt, blijft verantwoordelijk voor de btw die hij verlegt. Hij doet er dus goed aan van tevoren uit te zoeken of de ondernemer naar wie hij de btw verlegt hiervoor wel in aanmerking komt. 
De verleggingsregeling moet worden toegepast bij:

·         onderaanneming en uitlening van personeel in de scheepsbouw, metaalconstructie, bouw, schoonmaakbranche en groenvoorziening (hoveniers). De btw-heffing wordt dan verlegd van de onderaannemer of uitlener naar de (hoofd)aannemer of inlener;

·         de levering van mobiele telefoons, chips, spelcomputers, laptops en tablets. Het gaat hier om factuurbedragen van € 10.000 of meer (exclusief btw) per goederensoort en per levering;

·         de levering van onroerende zaken waarbij de koper en de verkoper kiezen voor belaste verkoop. De btw wordt dan verlegd van de verkopende naar de kopende ondernemer. De levering van onroerende zaken is in beginsel vrijgesteld. Maar de levering van een onroerende zaak binnen twee jaar nadat het voor het eerst in gebruik is genomen, alsook de levering van een bouwterrein is verplicht belast met btw. In die gevallen geldt de verleggingsregeling niet;

·         executieverkopen van de hypotheek- of pandhouder van een roerende of (het recht op) een onroerende zaak of de levering door de schuldenaar van een onroerende zaak, of een recht waaraan een onroerende zaak is onderworpen op grond van een executoriale titel;

·         de levering van een dienst aan of het afnemen van een dienst of goed van ondernemers uit andere EU-landen of zelfs niet-EU-landen. Dit geldt ook als sprake is van een binnenlandse levering van een goed of een dienst door een niet in Nederland gevestigde ondernemer aan een in Nederland gevestigde ondernemer. Bijvoorbeeld een Frans investeringsfonds opteert voor belaste verhuur van een onroerende zaak in Nederland aan een in Nederland gevestigde ondernemer. De btw wordt dan verlegd naar de Nederlandse huurder/ondernemer, die de verlegde btw betaalt in Nederland;

·         de verkoop van beleggingsgoud waarbij de kopende en de verkopende ondernemer kiezen voor belaste verkoop en bij verkoop van niet-beleggingsgoud of halffabricaat van goud dat een zuiverheid heeft van minstens 325/1.000.

·         de overdracht van emissierechten op broeikasgassen. Een emissierecht op broeikasgassen is het recht om onder voorwaarden gedurende een bepaalde periode 1 ton kooldioxide-equivalent uit te stoten. Dit recht wordt verstrekt door de overheid en is overdraagbaar;

·         de levering van resten, afval en halffabricaten van metalen en materialen voor hergebruik zoals glas en papier.

Het kan overigens ook gebeuren dat een onderaannemer de verleggingsregeling niet heeft toegepast, terwijl hij dat wel had moeten doen. Dat betekent dat hij ten onrechte een factuur met btw heeft verstuurd. De onderaannemer zal deze btw dan toch moeten aangeven en betalen. Voor de hoofdaannemer die de factuur met btw heeft ontvangen, geldt dat hij de btw niet mag aftrekken als voorbelasting. 
Daarnaast kan de ondernemer die een belastingvermindering krijgt vanwege de kleine ondernemersregeling ook geconfronteerd worden met de verleggingsregeling. In dat geval moet de ondernemer die de btw verlegt deze btw meetellen in de berekening van de belastingvermindering. Maar de ondernemer naar wie de btw is verlegd, mag de btw die naar hem is verlegd niet meetellen in zijn berekening.


 
MINIMUMLOON PER 1 JULI 2015 IETS OMHOOG
De bruto bedragen van het wettelijk minimumloon en het minimumjeugdloon gaan weer iets omhoog. Als werkgever bent u verplicht ten minste het minimumloon aan uw werknemers uit te betalen. Ook moet u het wettelijk minimumloon vermelden op de loonstrook. Daarom alvast de bedragen per 1 juli 2015.
 

Het wettelijk brutominimumloon voor werknemers van 23 jaar en ouder bij een volledig dienstverband wordt per 1 juli 2015:

·         € 1.507,80 per maand (januari 2015: € 1.501,80)

·         € 347,95 per week (januari 2015: € 346,55)

·         € 69,59 per dag (januari 2015: € 69,31)

Ook de minimumjeugdlonen voor 15 t/m 22-jarige werknemers gaan per 1 juli aanstaande iets omhoog. Zo bedraagt het minimumjeugdloon voor een 22-jarige dan € 1.281,65 per maand en voor een 15-jarige is dit € 452,35.

Wettelijk minimum(jeugd)loon per 1-7-2015

Leeftijd

% minimumloon

Per maand

Per week

Per dag

23 jaar of ouder

100%

€ 1.507,80

€ 347,95

€ 69,59

22 jaar

85%

€ 1.281,65

€ 295,75

€ 59,15

21 jaar

72,5%

€ 1.093,15

€ 252,25

€ 50,45

20 jaar

61,5%

€ 927,30

€ 214,00

€ 42,80

19 jaar

52,5%

€ 791,60

€ 182,65

€ 36,53

18 jaar

45,5%

€ 686,05

€ 158,30

€ 31,66

17 jaar

39,5%

€ 595,60

€ 137,45

€ 27,49

16 jaar

34,5%

€ 520,20

€ 120,05

€ 24,01

15 jaar

30%

€ 452,35

€ 104,40

€ 20,88

 


Wettelijk minimum(jeugd)loon per 1-7-2015    

Leeftijd

36 uur

38 uur

40 uur

23 jaar of ouder

€ 9,67

€ 9,16 

€ 8,70 

22 jaar 

€ 8,22 

€ 7,78 

€ 7,39 

21 jaar 

€ 7,01 

€ 6,64 

€ 6,31 

20 jaar 

€ 5,94 

€ 5,63 

€ 5,35 

19 jaar 

€ 5,07 

€ 4,81 

€ 4,57 

18 jaar 

€ 4,40 

€ 4,17 

€ 3,96 

17 jaar 

€ 3,82

€ 3,62 

€ 3,44 

16 jaar 

€ 3,33 

€ 3,16 

€ 3,00 

15 jaar 

€ 2,90 

€ 2,75 

€ 2,61 


 
VOORBEELDEN VERVANGER VAR KOMEN IN OKTOBER
Staatssecretaris Wiebes van Financiën heeft onlangs een Nota van wijziging ingediend, waarin is opgenomen hoe het nieuwe alternatief voor de VAR eruit zal komen te zien. De Belastingdienst streeft ernaar om al in de maand oktober ongeveer veertig voorbeeldovereenkomsten te publiceren. De VAR zal vervangen worden door een aantal voorbeeldovereenkomsten. Ook krijgt u de mogelijkheid om uw eigen overeenkomst voor te leggen aan de fiscus. 
 
Het Adviescollege toetsing heeft inmiddels aan staatssecretaris Wiebes geadviseerd om het aangepaste wetsvoorstel met de modelovereenkomsten voor zelfstandige opdrachtnemers nog niet in te dienen bij de Tweede Kamer. Actal ziet bij dit alternatief wel voordelen ten opzichte van de eerder voorgestelde Beschikking geen loonheffingen (BGL) en de bestaande Verklaring arbeidsrelatie (VAR), maar ook bezwaren (bijv. extra nalevingskosten). Wiebes is het niet eens met de tegenwerpingen en hij heeft de Nota van wijziging dan ook ingediend voor behandeling. Zijn nieuwe plan brengt volgens hem juist een lastenverlichting met zich mee, onder andere doordat u gebruik kunt maken van voorbeeldovereenkomsten. Maar dit is niet verplicht. De fiscus streeft ernaar om in de maand oktober ongeveer veertig voorbeeldovereenkomsten op haar website te plaatsen. Het gaat hierbij zowel om sectorspecifieke als om algemene overeenkomsten.
Naast de hiervoor genoemde voorbeeldovereenkomsten zal de Belastingdienst ook bepalingen op haar website plaatsen die u kunt gebruiken als u zelf een overeenkomst met een zzp’er gaat opstellen. De uiteindelijke overeenkomst kunt u vervolgens ter beoordeling voorleggen aan de Belastingdienst. De fiscus beoordeelt alleen of er sprake is van een verplichting om loonheffingen af te dragen. De rapportage van de fiscus geeft dus niet aan hoe de inkomsten van de zzp’er voor de inkomstenbelasting moeten worden behandeld.